Dominee R.T. te Velde publiceert hier de preken die hij in onze gemeente heeft gehouden.
Deze preken mogen in een kerkdienst worden gelezen, ds. Te Velde wil daar dan wel graag bericht van ontvangen, door middel van een e-mailtje. Zijn e-mail adres is:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
. Bij voorbaat dank. Bij de preken wordt vanaf nu in principe ook een beamerpresentatie toegevoegd. Via de weergave Notitiepagina is de preek per dia te volgen. Ook extra [KLIKS] zijn toegevoegd.
Op deze pagina staan de vijf meest recente preken. In het archief zijn nog veel meer preken opgenomen. Klik op het plaatje hieronder:

De vijf recentste preken:
|
|
Koningslied op Bevrijdingsdag |
|
Geschreven door Dolf te Velde
|
|
zondag, 05 mei 2013 17:45 |
|
Ik durf er bijna niet meer over te beginnen: het koningslied. Het leek zo’n mooi idee, met alle Nederlanders samen een mooi lied bedenken om ons nieuwe koningspaar toe te zingen. Maar wat een gedoe is het geworden. Iedereen vond er wel wat van, en heel wat mensen vonden het helemaal niks. Blijkbaar valt het niet zo mee om iets samen te doen, om iets te maken waar we allemaal blij mee zijn en waar we met z’n allen achter staan.
Eigenlijk wisten we dat ook wel. Maar rond zo’n feestelijk moment komt het extra naar boven. Wat bindt ons als Nederlanders samen? Wat hebben we nu echt gemeenschappelijk? En omdat we vandaag hier in de kerk zijn, voeg ik er een vraag aan toe: hoe staan we daar als christenen in? Als ik me niet vergis, lag het een jaar of veertig, vijftig dichter bij elkaar: je christenzijn en je Nederlanderschap. De samenleving was natuurlijk al lang niet christelijk meer, maar er was nog wel veel gemeenschappelijk in normen en waarden. En in de jaren na de oorlog stonden we schouder aan schouder om het land weer op te bouwen. Tegenwoordig zingen we nog wel “Hand in hand, kameraden”, maar ik zie het je niet meer doen in het echt. Behalve op zulke bijzondere momenten als deze week. Dan vallen verschillen en discussies even weg – heel eventjes maar. Dan staan we daar als één man en zingen we massaal het koningslied.
Vandaag hebben we in de bijbel een koningslied te pakken. David is aan het woord, en hij doet een dringend beroep op God om te helpen. En blijkbaar moeten alle mensen van Israël daar aan meedoen: hulp vragen voor de koning. Want dit lied is in de bundel voor het volk terechtgekomen.
Ik durf er bijna niet meer over te beginnen: het koningslied. Het leek zo’n mooi idee, met alle Nederlanders samen een mooi lied bedenken om ons nieuwe koningspaar toe te zingen. Maar wat een gedoe is het geworden. Iedereen vond er wel wat van, en heel wat mensen vonden het helemaal niks. Blijkbaar valt het niet zo mee om iets samen te doen, om iets te maken waar we allemaal blij mee zijn en waar we met z’n allen achter staan.
Eigenlijk wisten we dat ook wel. Maar rond zo’n feestelijk moment komt het extra naar boven. Wat bindt ons als Nederlanders samen? Wat hebben we nu echt gemeenschappelijk? En omdat we vandaag hier in de kerk zijn, voeg ik er een vraag aan toe: hoe staan we daar als christenen in?
Bijlagen:
PSALM 144 | [Koningslied op Bevrijdingsdag] | 63 Kb |
PSALM 144 | [PPT bij Koningslied op Bevrijdingsdag] | 277 Kb |
|
|
|
Als lammetjes achter het Lam aan |
|
Geschreven door Dolf te Velde
|
|
maandag, 22 april 2013 06:10 |
|
Het is weer de tijd van de lammetjes. Heb je ze al gezien in de weilanden? Schattig hè, van die dartele beestjes. Bij ons in de buurt heb je een weiland vol met gevlekte en wat bruinige lammeren. Maar een echt lam is wit, onschuldig, vertederend.
Zo kun je al gauw een associatie maken met de doop, want daar gaat het vanmiddag over. We zien meestal baby’s die in de kerk gebracht worden voor de doop. Frisgewassen, in een stralend witte doopjurk die misschien al vier generaties in de familie is. Onschuldig en vertederend, en dan helemaal mooi als zo’n kleintje een paar druppels water op het hoofdje krijgt. Misschien slaapt ‘ie door, misschien een paar verschrikte kreetjes. Zo beleven we dopen: een mooi moment met pasgeboren mensjes. Lammetjes voor de goede Herder Jezus.
Als we vanmiddag die gedeeltes uit Openbaring ernaast zetten, wordt het een stuk serieuzer. Het gaat over de mensen die bij het Lam horen. Nog steeds kun je zeggen: dit zijn de lammetjes. En die lammetjes, dat zijn wij, als we gedoopt zijn in de naam van Jezus. Maar dan ontdek je in Openbaring 7 en 14 dat er heel wat aan vast zit.
Het is weer de tijd van de lammetjes. Heb je ze al gezien in de weilanden? Schattig hè, van die dartele beestjes. Bij ons in de buurt heb je een weiland vol met gevlekte en wat bruinige lammeren. Maar een echt lam is wit, onschuldig, vertederend.
Zo kun je al gauw een associatie maken met de doop, want daar gaat het vanmiddag over. We zien meestal baby’s die in de kerk gebracht worden voor de doop. Frisgewassen, in een stralend witte doopjurk die misschien al vier generaties in de familie is. Onschuldig en vertederend, en dan helemaal mooi als zo’n kleintje een paar druppels water op het hoofdje krijgt. Misschien slaapt ‘ie door, misschien een paar verschrikte kreetjes. Zo beleven we dopen: een mooi moment met pasgeboren mensjes. Lammetjes voor de goede Herder Jezus.
|
|
Laatst aangepast op woensdag, 22 mei 2013 19:38 |
|
Waar komt je geloof vandaan? |
|
Geschreven door Dolf te Velde
|
|
maandag, 22 april 2013 06:05 |
|
Waar komt je geloof vandaan? Eigenlijk best een directe vraag die de Catechismus aan ons stelt. Ook een vraag waar je zelf misschien wel eens mee bezig bent. Het is mooi als je zeker bent in je geloof, als je leeft vol vertrouwen op God die je leidt. Maar waar heb je dat nu van? En als het niet zo best gaat met je geloof, als het op een laag pitje staat omdat je druk bent met andere dingen, of als er vragen en twijfels op je afkomen die bijna je geloof om zeep helpen – wat moet je daar dan mee? Hoe kun je er weer bovenop komen?
Op een bijzondere manier zien we die vraag spelen in het laatste stuk van Markus 16. Waar komt je geloof vandaan? Nou, het kost heel wat moeite om de leerlingen van Jezus aan het geloof te krijgen. Keer op keer krijgen ze het bericht te horen dat Hij is opgestaan uit het graf, maar telkens is hun reactie: dat kan niet, dat geloven we niet.
Waar komt je geloof vandaan? Eigenlijk best een directe vraag die de Catechismus aan ons stelt. Ook een vraag waar je zelf misschien wel eens mee bezig bent. Het is mooi als je zeker bent in je geloof, als je leeft vol vertrouwen op God die je leidt. Maar waar heb je dat nu van? En als het niet zo best gaat met je geloof, als het op een laag pitje staat omdat je druk bent met andere dingen, of als er vragen en twijfels op je afkomen die bijna je geloof om zeep helpen – wat moet je daar dan mee? Hoe kun je er weer bovenop komen?
Op een bijzondere manier zien we die vraag spelen in het laatste stuk van Markus 16. Waar komt je geloof vandaan? Nou, het kost heel wat moeite om de leerlingen van Jezus aan het geloof te krijgen. Keer op keer krijgen ze het bericht te horen dat Hij is opgestaan uit het graf, maar telkens is hun reactie: dat kan niet, dat geloven we niet.
|
|
Op volle kracht: leven vanuit Pasen |
|
Geschreven door Dolf te Velde
|
|
zondag, 31 maart 2013 16:58 |
|
Dat ene zinnetje heb ik altijd wat vreemd gevonden uit de Catechismus: “Het kan niet anders of …” Hoezo, het kan niet anders? Is het automatisch dan? Als je bij Jezus hoort, dan ga je vanzelf goede dingen doen? Of wordt met dat zinnetje stiekem een norm opgelegd: zo hoort het, je móet vruchten van dankbaarheid voortbrengen?
En als je er in de praktijk naar kijkt, wordt het helemaal lastig. Groeien er aan mijn leven zoveel vruchten? Er zijn best momenten dat ik nauwelijks aan God denk – ben ik dan goddeloos? Ik zit in de dagelijkse routine, alles wat gebeuren moet om de boel draaiende te houden, dan heb ik niet altijd ruimte om het goede te doen – maakt mij dat een zorgeloos mens? Als ik er in mijn eigen leven weinig van zie, weinig goede vruchten, wat is er dan mis? En als wij als kerk het gevoel hebben dat het soms een lauwe boel is, weinig enthousiasme en matige inzet, zijn we dan wel echt een gemeente waar Christus centraal staat?
Nogal pittige vragen voor de middag van Pasen. Maar misschien is het juist wel mooi om met Pasen dit onderwerp beet te pakken. We kunnen ons op sleeptouw laten nemen door de apostel Paulus. Midden in zijn stukje aan de Filippenzen komt hij opeens hiermee: “Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren.” Daar heb je het: de opstanding van Christus.
Dat ene zinnetje heb ik altijd wat vreemd gevonden uit de Catechismus: “Het kan niet anders of …” Hoezo, het kan niet anders? Is het automatisch dan? Als je bij Jezus hoort, dan ga je vanzelf goede dingen doen? Of wordt met dat zinnetje stiekem een norm opgelegd: zo hoort het, je móet vruchten van dankbaarheid voortbrengen?
En als je er in de praktijk naar kijkt, wordt het helemaal lastig. Groeien er aan mijn leven zoveel vruchten? Er zijn best momenten dat ik nauwelijks aan God denk – ben ik dan goddeloos? Ik zit in de dagelijkse routine, alles wat gebeuren moet om de boel draaiende te houden, dan heb ik niet altijd ruimte om het goede te doen – maakt mij dat een zorgeloos mens?
|
|
Laatst aangepast op zondag, 31 maart 2013 16:59 |
|
Geschreven door Dolf te Velde
|
|
zondag, 31 maart 2013 16:52 |
|
De steen is weg. Dat is de eerste verrassing op de vroege morgen van Pasen. Het licht van de zon is net boven de rand van de aarde uitgekropen. Maar over het hart van de vrouwen die op pad zijn, hangt nog de nevel van de dood. Met eigen ogen hebben ze het zien gebeuren: het lichaam van de gestorven Heer is in de grafkamer gelegd. Een zware steen is ervoor geschoven. Die steen krijg je niet zomaar van z’n plek. Het graf blijft dicht, dood is dood.
Totdat ze vlakbij komen, en hun ogen opendoen. Wat een schrik: de steen is weg! Je kunt je ogen niet geloven. Hier moet iets vreemds gebeurd zijn. God is aan het werk geweest. Zo vroeg in de morgen, er zijn nog geen mensen aan te pas gekomen. De steen is weg: God heeft zijn werk er al op zitten.
Stel je eens voor dat de vrouwen doorgelopen waren en ze waren op een afgesloten graf gestuit, de steen nog pontificaal ervoor. Misschien hadden ze met vereende krachten hun schouders er tegenaan gezet.
De steen is weg. Dat is de eerste verrassing op de vroege morgen van Pasen. Het licht van de zon is net boven de rand van de aarde uitgekropen. Maar over het hart van de vrouwen die op pad zijn, hangt nog de nevel van de dood. Met eigen ogen hebben ze het zien gebeuren: het lichaam van de gestorven Heer is in de grafkamer gelegd. Een zware steen is ervoor geschoven. Die steen krijg je niet zomaar van z’n plek. Het graf blijft dicht, dood is dood.
Totdat ze vlakbij komen, en hun ogen opendoen. Wat een schrik: de steen is weg! Je kunt je ogen niet geloven. Hier moet iets vreemds gebeurd zijn. God is aan het werk geweest. Zo vroeg in de morgen, er zijn nog geen mensen aan te pas gekomen.
|
|
Laatst aangepast op zaterdag, 18 mei 2013 08:18 |
|
|
|
|
|