|
Wat zegt de Bijbel over kerkelijk bijeenkomen?
In de Bijbel wordt al in de vroege geschiedenis verteld dat God zijn volk erediensten voorschrijft.
Bij de ingebruikname van de Tabernakel in de woestijn (in de tijd van de uittocht uit Egypte) geeft Hij een hele reeks voorschriften voor het samenkomen van zijn volk.
Op de Sabbat worden speciale diensten gehouden, maar dagelijks worden (vele) offers gebracht.
Deze voorschriften moeten in het Oude Testament heel secuur worden nagevolgd. Daarvoor wordt speciaal de familie van Aäron, met de hulp van de Levieten, uitgekozen. De zonen van Aäron worden tot priester gezalfd, en zij moeten de ceremonieën uitvoeren. Maar heel het volk moet deelnemen, ieder moet zijn offers brengen en zijn zonden belijden.
Deze ceremoniën wijzen vooruit naar de geschiedenis van Jezus Christus. Zijn kruisdood (het offer van zijn Leven voor de schuld van de mensen) maakt een einde aan deze vormen. Het offeren van bloed is niet meer nodig door het vergoten bloed van de volmaakte mens Jezus.
Na Jezus’ hemelvaart komen zijn volgelingen al snel in bijeenkomsten bij elkaar. Vanaf Pinksteren worden erediensten gehouden, en langzaam verhuizen deze samenkomsten van de zaterdag naar de zondag.
Gods volk wordt uitgebreid van Joden naar de ‘heidenen’: niet-Joden gaan na hun bekering en doop ook tot het volk van God horen, met hun gezinnen. Zo ontstaat ‘de Kerk’.
Bijbelse voorschriften van de ‘liturgie’ van deze diensten zijn er niet. Er is veel op gestudeerd en over nagedacht. Er zijn ook veel vormen mogelijk. Belangrijke onderdelen worden nog altijd onderkend:
de zegen, de preek (woordverkondiging), de Bijbellezing, de sacramenten (doop en avondmaal), zang, gebed, inzameling van gaven, geloofsbelijdenis, de wet, etc.
Ook over de vraag of er één of twee kerkdiensten moeten of mogen worden belegd is in de Bijbel geen uitsluitsel te geven. Wel zegt Paulus in de brief aan de Hebreeën het volgende:
“19 Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom, 20 omdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen. 21 We hebben nu een hogepriester die dienstdoet in het huis van God; 22 laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen. 23 Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want hij die de belofte heeft gedaan is trouw. 24 Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, 25 en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.”
Als er dus van een kerkgemeenschap een dienst wordt ‘belegd’, dan is het goed om erbij te zijn! Want je hebt elkaar nodig. Zes dagen in de week zijn er om je ‘normale’ werk te doen, de zevende is een rustdag, een dag waarop je kunt samenkomen om God te prijzen en te eren.
Wat zegt de Bijbel over kerkelijk bijeenkomen?
In de Bijbel wordt al in de vroege geschiedenis verteld dat God zijn volk erediensten voorschrijft. Bij de ingebruikname van de Tabernakel in de woestijn (in de tijd van de uittocht uit Egypte) geeft Hij een hele reeks voorschriften voor het samenkomen van zijn volk.
|